Het OFL-secretariaat kwam op vrijdag 31 oktober samen met OFL-leden, deelnemers aan projecten, medewerkers van diverse ministeries en andere betrokkenen die werken aan verbetering van de fysieke leefomgeving. Dit brede netwerk was uitgenodigd voor de jaarlijkse OFL-conferentie, dit keer met het thema Van crisis naar kans; Samenwerking in de fysieke leefomgeving op scherp.
Hieronder kunt een inhoudelijk verslag lezen van deze ochtend. Als u graag van specifieke onderdelen terugleest wat opvallende momenten en conclusies waren kunt u deze inhoudsopgave gebruiken:
- Inleiding door de dagvoorzitters;
- Keynote door Jantine Kriens, vice voorzitter van de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli);
- Reflectie op de Rli-aanbevelingen door Marjolein Jansen, Directeur Generaal Ruimtelijke Ordening bij het ministerie van VRO en Sybilla Dekker, voorzitter van het Noordzeeoverleg;
- Workshops
- Gemeenschappen gelijkwaardig betrekken bij leefomgevingsvraagstukken;
- Oplossingen ontwerpen voor maatschappelijke vraagstukken;
- Lessen van het Nationaal Burgerberaad Klimaat;
- Uitvoering geven aan de Nota Ruimte.
- Afsluitende presentatie door Gilberto Morishaw.

1. Inleiding door de dagvoorzitters
Het programma werd geleid door drie dagvoorzitters uit het OFL-secretariaat: manager Ineke den Heijer en secretarissen Maaike de Beer en Anna Kogut. Zij leidden de dag in door kort te reflecteren op het thema.
Wat merken wij binnen onze OFL-projecten van de crises die op ons afkomen? En waar zien wij de kansen?
Anna Kogut beschreef dat het best een uitdaging kan zijn om de juiste mensen aan tafel te krijgen. Ook bij het OFL merken we dat mensen soms schroom voelen om van zich te laten horen en mee te doen aan een overleg door een toenemende verdeeldheid en polarisatie in de samenleving. Maaike de Beer zette daar tegenover dat het een hele mooie taak is om als secretaris manieren te zoeken om de samenwerking zo goed mogelijk te faciliteren. Daar liggen voor het OFL de kansen: alle partijen een veilige plek bieden om gelijkwaardig aan tafel in gesprek te gaan.
2. Keynote door Jantine Kriens, vice voorzitter van de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur: ‘Je komt pas tot mooie dingen als opvattingen kunnen botsen’
Ineke gaf het woord aan de eerste spreker van de dag: Jantine Kriens, vice voorzitter van de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli). Bevlogen nam zij de aanwezigen mee in de aanbevelingen die de Rli deelt in het rapport Falen en Opstaan. Ze begon met een andere kijk op ons thema:
“Als we alles een crisis noemen, vergeten we dat je alleen maar tot mooie dingen komt in een botsing van opvattingen.” Ze vervolgt: “We kunnen er soms niet goed tegen dat andere mensen andere opvattingen hebben. We leven in een context waarin falen niet lijkt te mogen, en dat kan ons verlammen op onderwerpen als stikstof, woningnood of het klimaat. We weten niet tot keuzes te komen.”
Om tot antwoorden te komen op deze opgaven is het essentieel om samen te werken met mensen die totaal anders denken, zodat nieuwe ideeën kunnen ontstaan, bandrukte ze. Hierop kwam ze op het wezenlijke belang van gemeenschappen voor de weerbaarheid van ons land: “We moeten met onze buren gaan praten, die heb je nodig in tijd van crisis.”

‘Door een gebrek aan vertrouwen en verbondenheid is overleg moelijker geworden’
Alle vormen van overleg zijn moeilijker geworden door een gebrek aan vertrouwen en verbondenheid. Zo brengt de spreekster haar verhaal naar enkelen van de Rli-aanbevelingen uit het genoemde rapport, zoals: voer brede waardendialogen over leefomgevingsvraagstukken.
Jantine Kriens gaf hierin het voorbeeld van de natuur: de mens lijkt soms te denken dat we hoger zijn dan de natuur. Dat gaat over waarden. Wij maken juist onderdeel uit van de natuur, dat is een hele andere blik op alles wat aan de natuur raakt. Als er bijvoorbeeld vanuit burgers wordt geopperd: ik wil die windmolens niet, dan is het wezenlijk om de vraag te stellen: wat zit hierachter? Wat is de angst of het belang van deze mensen? Vertraag om ieders waarden zichtbaar te maken, zo benadrukt ze: “Soms heb je meer tijd nodig. Dat is een vorm van vertragen die uiteindelijk versnelt.”
3. Reflectie op de Rli-aanbevelingen door Marjolein Jansen, Directeur Generaal Ruimtelijke Ordening bij het ministerie van VRO en Sybilla Dekker, voorzitter van het Noordzeeoverleg: ‘In het maken van beleid moeten we ook falen en opstaan’
Na deze keynote nodigde dagvoorzitter Anna Kogut twee mensen uit om op het podium te reflecteren op de aanbevelingen die zijn uitgelicht: Marjolein Jansen, Directeur Generaal Ruimtelijke Ordening bij het ministerie van Veiligheid en Ruimtelijke Ordening en Sybilla Dekker, voorzitter van het Noordzeeoverleg. Marjolein Jansen ging in op haar eigen rol in het samenspel: “In het maken van beleid moeten we ook falen en opstaan. Op deze manier kunnen we de regie op ruimtelijke ordening terugpakken. We kunnen niet wachten tot iedereen in Den Haag een positie heeft gevonden in de opgaven. Waar laten we nu de krachten van burgerinitiatieven de boventoon voeren? Daar zijn we met vallen en opstaan keuzes in aan het maken. In het maken van plannen zijn veel experts betrokken, maar waar is de burger? Hoe leest iemand van buiten den Haag dit verhaal?
Ze vervolgt: “Mijn belang is het belang van burgers die veilig kunnen leven, wonen en werken. Onze taak is om gemeenschappen bij elkaar te brengen in het ontwikkelen van ruimtelijke ordening.”

Sybilla Dekker: ‘We moeten het hebben van betrokken mensen uit alle sectoren en gemeenschappen’
OFL-voorzitter Sybilla Dekker haakte vervolgens in op de eerste woorden van Jantine: laten we het woord crisis aan de kant zetten, en kijken naar wat ik graag zou willen noemen: grote opgaven. In de aanpak moeten we het hebben van betrokken mensen vanuit de overheid, het bedrijfsleven en gemeenschappen. Dat is ook van belang binnen het OFL-project waar zij zelf voorzitter van is:
“Binnen het Noordzeeoverleg zijn vijf sectoren aangesloten. Binnen alle sectoren leeft de realisatie: de opgaven zijn heel groot, we hebben hierin samen veel werk te doen. We proberen ieders waarden en belangen in onze overleggen aan elkaar te verbinden.”
4. Terugblik op de workshops

a. Gemeenschappen gelijkwaardig betrekken bij leefomgevingsvraagstukken
In samenwerking met de Rli zijn in deze workshop de drie perspectieven samengebracht die in aanbeveling twee uit het Rli-rapport ‘Falen en Opstaan’ worden benoemd. Deze driehoek bestaat uit de overheid, het bedrijfsleven en de gemeenschappen. Vanuit het perspectief van de overheid sloot Niels Kastelein aan, directeur Klimaat bij het ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Pallas Agterberg is Challenge Officer voor Alliander, een energienetwerkbedrijf. Zij besprak het perspectief van het bedrijfsleven. Tenslotte sloot Ilonka Marselis aan vanuit Energie Samen om de stem van gemeenschappen te delen. Energie Samen is de landelijke koepel en belangenorganisatie van energiecoöperaties.
De sessie spitste zich toe op de Rli-aanbeveling ‘betrek gemeenschappen gelijkwaardig in het samenspel’. De drie genoemde gasten gingen met deelnemers in gesprek over de vragen: welke complicaties zie je in het betrekken van de gemeenschappen, en welke kansen zijn er waar wij mee aan de slag kunnen? Enkele conclusies die de deelnemers meenamen is ten eerste het belang om de hele driehoek te betrekken bij het oplossen van problemen in de leefomgeving. Daarvoor is genoeg tijd en ruimte nodig. Een risico is dat er door tijdsdruk te snel wordt teruggegrepen op bestaande contacten.
Voor het maatschappelijke deel van de driehoek is het belangrijk om ‘opgroeirecht’ te krijgen. Maatschappelijke organisaties beginnen vaak bij nul en hebben een grote leercurve om goed te snappen waar ze aansluiting kunnen vinden, aan welke regels ze moeten voldoen en hoe ze zich het beste kunnen organiseren. Ze krijgen vaak de kans niet om volwassen te worden als organisatie. Er zijn heel veel inspanningen in de samenleving die we wel moeten benutten door hier voldoende tijd en ruimte aan te geven.
b. Oplossingen ontwerpen voor maatschappelijke vraagstukken
Thijs van Exel nam deelnemers mee in het werk van PONT, de publieke ontwerppraktijk met als startvraag: welke rol speelt ‘het ontwerp’ in complexe maatschappelijke vraagstukken? Aan de hand van concrete voorbeelden is stilgestaan bij de vraag: kunnen we het niet anders doen?
Die vraag staat ook centraal in de bespreking van ervaringen van de deelnemers van deze workshop. Hoe zouden zij zelf ontwerp zelf kunnen inzetten? Hoe kunnen we meer impact maken? Een sprekend voorbeeld vanuit PONT zelf was BOSK, een wandelend bos van ruim duizend bomen, dat in de zomer van 2022 honderd dagen lang de binnenstad van Leeuwarden sierde. Inwoners verplaatsten de bomen steeds naar een nieuwe plek, waarmee het stadsbeeld letterlijk en figuurlijk werd hertekend.
Vanuit deelnemers kwamen voorbeelden die met name draaiden om duurzaamheid, en stuk voor stuk liepen deelnemers een aantal vragen langs: welk doel heeft de opgave? Wat is de complexiteit in deze opgave? Wat is er al geprobeerd, en waarom werkte het wel of niet? Hoe kan ontwerpkracht helpen in het oplossen van de opgave? En hoe precies? En met wie wil je hiermee aan de slag? Het leverde een levendige uitwisseling op.
c. Lessen van het Nationaal Burgerberaad Klimaat
Het OFL organiseert momenteel het Nationaal Burgerberaad Klimaat. Van januari tot september dit jaar zijn 175 Nederlanders van jong tot oud, uit elke provincie en met verschillende meningen over de aanpak van klimaatverandering zeven weekenden bij elkaar gekomen. Zij zijn intensief met elkaar in gesprek gegaan over de vraag: hoe kunnen we als Nederland eten, spullen gebruiken en reizen op een manier die beter is voor het klimaat? Op 1 december aanstaande wordt hun antwoord, in de vorm van een adviesrapport, gepubliceerd. Daarna zal nog een jaar aan de opvolging en monitoring worden gewerkt.
OFL-secretaris Maaike Jongema nam de deelnemers mee in het verhaal van het burgerberaad; hoe het tot stand is gekomen en hoe het proces en de dialoog zijn vormgegeven.
Vervolgens deden de deelnemers een interactieve oefening om te ervaren hoe tijdens het burgerberaad is samengewerkt. De deelnemers werden uitgenodigd in groepjes plannen te maken hoe het burgerberaadadvies opvolging kan krijgen. In korte tijd lukte het voor iedereen om de ruimte te nemen om de eigen ideeën met de groep te delen en elkaars plannen te bevragen en versterken.
d. Uitvoering geven aan de Nota Ruimte
OFL-secretarissen Maaike de Beer en Jeroen Ubels sloegen de handen ineen met drie medewerkers van het ministerie van VRO die allen betrokken waren bij de totstandkoming van de ontwerp-Nota Ruimte, die momenteel ter inzage ligt. Het gesprek werd gevoerd met senior beleidsmedewerkers Helena Meijer en Thomas Groenink, en met plaatsvervangend directeur Ruimtelijk Beleid Bert Naarding.
Bert Naarding gaf een korte maar inzichtelijke presentatie over de inhoud van de Nota Ruimte. Daarna ontstond een mooi verdiepend gesprek over de uitvoering van de Nota Ruimte. Het ging onder andere over de rol van de overheid in de stappen die gezet moeten gaan worden, wat er nodig is aan proces om het besef en het beoogde effect van de Nota Ruimte overal te laten landen en goede voorbeelden van uitvoering. De gemene deler was krachtig: de Nota Ruimte ligt er nu, laten we hier een succesvol vervolg aan geven.
5. Afsluitende presentatie door Gilberto Morishaw
Vlak voor de lunch werd de ochtend plenair afgesloten door spreker Gilberto Morishaw. Een veelzijdige optimist. Hij noemt zichzelf techno-futurist, systeemdenker en changemaker. Hij werkt op het snijvlak van klimaat, technologie en de samenleving. Zijn roots liggen op Curaçao, en veel van zijn werk heeft daar ook plaatsgevonden binnen en met de actieve gemeenschappen. Als voorbeeld gaf hij Kolektivo, een collectief dat op Curaçao lokale gemeenschappen de tools geeft om tot duurzame manieren te komen om voedsel te verbouwen.
In zijn verhaal voor het OFL vergeleek hij Nederland met het eiland van zijn afkomst: op een klein eiland ben je op elkaar aangewezen en heb je elkaar nodig. Samen falen we en staan we op, met veel wederzijds begrip. De kracht van gemeenschap is heel zichtbaar op Curaçao, maar dat geldt ook voor de gevolgen van armoede die er heerst. Hij benadrukte dat het daarom belangrijk is om zoveel mogelijk mensen en partijen te betrekken bij oplossingen voor de problemen waar we voor staan:
“Iedereen dreigt iets te verliezen. Daar zijn we op gericht, en dat veroorzaakt stagnatie. We kunnen niet bewegen, alle problemen liggen op een hoop. Beslissingen hebben gevolgen, maar nu leven we in de gevolgen van beslissingen die niet worden gemaakt.”
Zo sluit hij af in lijn met de boodschap van Jantine Kriens: burgers hebben behoefte aan duidelijkheid in de keuzes die gemaakt moeten worden, en wat dat betekent voor ons. Het zou ons allemaal helpen als maatschappelijke organisaties, bedrijven de overheid elkaar nog beter weten te vinden in de aanpak van deze opgaven.
